zondag 18 juli 2010

De ballon blijft - zondag de 18e juli

Welkom op deze blog, die, zo waarschuwen wij u tijdig, bedoeld is ter enthousiasmering voor de taalcursus die ons hier en nu verzeild heeft doen raken. Deze blog is uitsluitend bestemd voor liefhebbers van het absurde, het niet-eerder-als-zodanig-genoemde en voor de dwaas die alleen oog heeft voor het detail dat verder niet terzake doet.
De eerste held van dit verhaal, Ziggy (Сигмунд Бруно Схилпзанд), begon zijn reis op 15 juli om 6 uur in de morgen, in een taxi die "Road to Nowhere" op had staan. Begon goed. Hij vertrok met de trein naar Duisburg om 7 uur en belandde in Wuppertal. Hier viste hij een Nederlands gezin uit de Wuppertalse vallei op, dat hem belaadde met vele geschenken, waaronder een trip naar Kopenhagen. "Zo," dacht Ziggy, "dat komt mooi uit, want ik moet toch die kant op. Zo zie je maar weer, het geluk zit in een klein hoekje aan vergeelde, lichtgevende folie te knagen." Fluitend ging onze jonge held naar het Hoge Noorden. Daar was vooral nukkig volk. Het gezin vervolgde zijn weg naar de beren, maar Ziggy ging verder, de horizon tegemoet en het zilte zeewater achterna. Malmö volgde, waar Ziggy de vriendelijke jongeman (niet een held van dit verhaal, maar eerder een behulpzame page) Alex ontmoette, die hem met welluidend trompetgeschal de weg wees naar de toendra's rond Stockholm. Daar vandaan volgde een reis met allerlei inheemse vaartuigen naar de donkerten van Finlandija: Daar Waar De Maan Nooit Zingt. Hoewel hij niet bang is uitgevallen, moest Ziggy wel een paar angstscheetjes wegdrukken bij het zien van de diepe ravijnen, waar stenen ter grootte van villa's in werden geworpen door bologige lilliputters en vreugdevuren werden verhoogd en verlengd met het bloed van maagdelijke rendieren. En toen waren we pas in Helsinki. In de trein naar Санкт-Петербург kwam onze robuuste held tegenover een inboorlinge te zitten, die met de eetlust van een varaan een pak ham naar binnen schrokte. Hoe verheugd zij gromde, toen Ziggy haar knots op het bagagerek plaatste, laten wij aan uw fantasie over. Ziggy heeft haar adres gekregen en zal haar zeker een prentkaartje sturen.
Nu liep Ziggy een echte kwade boer tegen het lijf, die hem sommeerde zijn papieren in te leveren. Zo gezegd, zo gedaan. Nu waren de papieren van Ziggy bij de blauwogige boer, die groot en gevaarlijk in de papieren bladerde. Zo was hij papierloos en reddeloos. Twee uur later wierp een ander potig figuur de documenten in zijn coupé. De reus had er stickers van kleine draakjes met poezenstaarten ingeplakt. De zon overvleugelde de maan. Gratis bier werd voor niets verstrekt na de grens. Ontroerd kwam Ziggy in St. Petersburg aan, 's avonds elf uur lokale tijd, twee dagen na de befaamde taxi. De stad waar de helden van dit verhaal zich in rondwentelen als leergierige kinderen in een snikheet klaslokaal.
Held II, Florian, verging het minder spectaculair. Hoewel zijn thuishaven zijn vertrek bemoeilijkte door het opwerpen van barricades in de vorm van twee wijd openstaande, weinig uitnodigende bruggen, die als ware sfinxen de weg naar het vliegveld blokkeerden, kwamen hij en de zijnen (de Koning en de Koningin van dit verhaal: Prins Andreas de Vinkentering en zijn gemalin Luciepiet) zonder problemen aan in de grote stad. De douane hield hen niet tegen, wat luid gejuich aan hun kelen ontlokte. Hier was de douane niet van gediend (norse mensen in kleine hokjes hebben een onderontwikkeld gevoel voor gezelligheid, humor en algemeen sociaal contact), dus renden zij snel naar buiten. Daar werden zij opgehaald, en even later had het koninklijk paar hun paleis bereikt, dat een hele etage bestrijkt, zes slaapkamers, een keuken ter grootte van een woonkamer en een bad van acht vierkante meter bevat, en waar de airconditioning stuk is. Zij liepen hand in hand over het hoogpollige tapijt en prezen hun adellijke komaf.
Florian kwam ondertussen keurig aan op het godsvruchtige tijdstip van zeven over half zeven op de zondagavond. Ziggy en held nummer drie, Willem, waren reeds in Het Hol (adres: Mn d39, k3, l2 op de 13e verdieping) en er werden op informele toon formele begroetingen uitgewisseld. De stad lag aan hun voeten. Tevreden keken de drie helden op het speelveldje, het hondendresseerveldje en de kinderwagens op de grond neer. Er draaide iemand muziek uit de jaren tachtig. Het eerste bier smaakte uitstekend; de doperwtjes uit de magnetron wat minder; maar bovenal dient het Wonder van deze zondag, de door Willem geprepareerde patat, genoemd en geroemd.
Om hen heen torenden de flats hoog en droog. Zij waanden zich ware inwoners van de plek waar hun drie bedsteden stonden, waar hun pullen wachtten en waar de komende weken de eeuwigheid zich in twee weken zou versnellen als het middelpunt van een nimmer eindigende lijn. Het was nog dag. De nacht duurt in St. Petersburg sowieso een uur of vier, want de zon gaat onder om een uur of twaalf, schemert nog wat na, en komt dan weer snel omhoog. Om vier uur is het volop licht. Maar wie heeft er slaap nodig als er woorden, zinnen en verbanden zijn te leren? En als er doperwtjes in de magnetron staan? En als ze niet te eten zijn, maar als koude, groene papgelei uit het gebrom opstijgen? En als er een ballon is, één ballon, die op de boekenkast wacht met een getekende grimas op het gelaat, en als deze ballon de boodschap is, het signaal, dat erop duidt dat er iets van onvergaanbare glorie op deze plek is? Alles mag vergaan, maar de ballon blijft. Wij herhalen, de ballon blijft.

2 opmerkingen:

  1. ik als eerste reagerende op deze blog can't wait to read blog number 2! Een vraagje however is (en ik moet er op wijzen dat ik al 45 jaar mijn moedertaal niet elke dag gebruik : niet dat ik weinig praat, maar omdat niemand my zou verstaan) en die vraag is: wat is een Varaan? Ik wat dat zoiets of iemand een grote eetlust heeft. Groeten aan al de reizigers and linguists!

    BeantwoordenVerwijderen